Tijdens het bewind van Lodewijk XVI stapelden de problemen in Frankrijk zich op. Hij was de laatste Franse koning.
De derde stand bestond niet alleen uit een grote groep armen, maar ook uit een rijkere, studerende middenstand. Ondanks hun economische positie hadden zij toch reden tot klagen.
Opdrachten:
- Waarom waren ook de rijkere mensen van de derde stand kwaad?
- Hoeveel procent van de bevolking behoorde ook alweer tot de derde stand?
Een heel grote groep was dus niet tevreden over de huidige situatie.
Bron:
Het bewind van Lodewijk XIV (sociale situatie)
Het effect van het slechte landbouwbeleid en veel misoogsten was voelbaar voor de bevolking. Zij leden honger en honger lokt geweld uit.
Opdrachten:
- Bespreek de evolutie van de graanprijzen omstreeks 1789.
Bron:

De Verlichting
Het kernidee van de Verlichting was enkel geloven wat je zelf kon beredeneren of zelf waargenomen had. Men wilde niet langer blindelings de Kerk of de vorst volgen.
Financiële problemen
Het rijke hofleven en de vele oorlogen eisten hun tol. De staatskas raakte stilaan leeg.
Opdrachten:
- Hoeveel procent schuld had Frankrijk in 1789?
- Wat betekende dit concreet voor Frankrijk?
Bron:

Samenroepen Staten-Generaal
De koning kon de financiële problemen enkel oplossen door het innen van extra belastingen. Maar dit ging niet zomaar. Hij moest hiervoor voor het eerst sinds 174 jaar de Staten-Generaal samenroepen.
Dit was geen goed teken voor Lodewijk XVI. Telkens wanneer de koning de Staten-Generaal samenriep, hadden de aanwezigen immers de kans om eisen te stellen in ruil voor de belastingen.
Opdrachten:
- Omcirkel de bevolkingsgroepen die aanwezig waren bij de Staten-Generaal.
adel -de rijken van de derde stand - de armen van de derde stand- geestelijken - Hoe wilde men dat er vanaf nu gestemd werd?
- Ging de koning akkoord?
Vanaf nu zullen de zaken in een stroomversnelling terechtkomen. De burgerij riep zich uit tot Nationale Vergadering.
Bron:
© Heyens B. - mei 2012